1909: Notulen Haagsche GC

Dublin Core

Title

1909: Notulen Haagsche GC

Archiefstuk Item Type Metadata

Titel

1909: Notulen Haagsche GC

Herkomst

Archief Haagsche GC: Notulenboek 1893-1923

Text

Algemeene Vergadering van de leden der Haagsche Golfclub op Zaterdag 13 Maart 1909 des namiddags te 4 ½ uur in het gebouw Diligentia.

Tegenwoordig van het Bestuur de heeren des Tombes en Snouck Hurgronje en van de leden de Heeren van Rappard, van Sminia, van Tuyll [van Serooskerken] van Coelhorst, Snouckaart van Schauburg, W. van Limburg Stirum, F. Michiels van Verduynen, J.P. van Limburg Stirum, Ratford, Fraser, E. Michiels van Verduynen, W. van Swinderen en van Bronkhorst Sandberg.

De waarnemend President de heer Snouck Hurgronje spreekt er zijn leedwezen over uit dat door omstandigheden in het jaar 1908 geene Algemeene Vergadering is gehouden. Voor het doorgaan van de vergadering die thans bijeen is, is het noodzakelijk geworden dispensatie te vragen van art.10 der Statuten en art.36,2e en 37 van het Huishoudelijk Reglement en spreker hoopt dat de vergadering die zal willen verleenen en aldus het Bestuur in staat zal stellen alsnog zijne uitgestelde verplichtingen na te komen.

Het voorstel tot verleening der dispensatie wordt aangenomen.
Vervolgens worden achtereenvolgens goedgekerud de notulen der vorige vergadering en de Jaarverslagen over 1907 en 1908 uitgebracht ingevolge art.10 der Statuten en art.37 van het Huishoudelijk Reglement.
Alsnu verkrijgt het woordt den heer Fraser die namens de Kascommissie verslag uitbrengt over de rekening en verantwoording van den Penningmeester.

De heer Fraser begint met mede te deelen dat zijn conclusive strekt tot dechargeering van den Penningmeester voor het over 1907 en 1908 gevoerd beheer, doch dat hij enkele opmerkingen heeft te maken. Hij kan zich nl. niet vereenigen met de wijze waarop de rekening en verantwoording van den Penningmeester is opgemaakt. Deze, is zijn meening, flatteert den toestand. Zoo is het hem bekend dat gedurende eenige jaren van de obligatieleening is afgelost en dat sommige obligatiehouders het hun uit de aflossing toekomend geld niet hebben in ontvangst genomen. Van een saldo dat hieruit zou zijn ontstaan blijkt evenwel niet. Spreker vraagt om inlichtingen nopens de bestemming, die deze gelden gekregen hebben.
In de tweede plaats merkt de heer Fraser op dat er zijns inziens niet genoeg controle is op de wijze waarop de bestellingen voor de club worden gedaan. Hij heeft den indruk gekregen, dat door de Bestuursleden onafhankelijk van elkander wordt besteld en vreest, dat het hierdoor aan het personeel der Club mogelijk wordt de Club te benadeelen.
In de derde plaats vraagt spreker of Dunn de caddies wel altijd betaalt en of hij niet voor meer caddies geld afhaalt dan er werkelijk zijn.
Tenslotte acht hij meer controle op Mijntje gewenscht, bv. door voor alle verteringen bonnetjes te doen geven.
De waarnemend President verzoekt den Heer Fraser het eerste door hem besproken punt te willen aanhouden tot het volgende nummer der agenda, waarin de heer Fraser toestemt.
In antwoord op de volgende vragen van den Heer Fraser delt de Penningmeester de Heer des Tombes het volgende mede:
Ad 2e Inderdaad werden de bestellingen niet volgens bepaalde regels gedaan, hetgeen voor een deel te wijten is aan het buiten de stad wonen van den Penningmeester. Na eenig debat verklaart het Bestuur zich bereid als vaste regel aan te nemen, dat geen enkele bestelling meer zal mogen worden gedaan, die niet gevalideerd is door het fiat van den Penningmeester.
Ad 3e De Penningmeester moet tot zijn leedwezen toegeven dat hem hedenmiddag gebleken is dat Dunn de laatste maand inderdaad geld voor 3 caddies heeft gebeurd terwijl er slechts 2 zijn. Het gebeurde is alweer te wijten aan de afwezigheid van den Penningmeester waardoor controle in dezen onmogelijk werd. Nadat de Heer van Stirum erop aangedrongen heeft dat het Bestuur Dunn ter verantwoording zal roepen, en hem een duchtige standje zal toedienen, merkt den Heer van Rappard op, dat door het ontbreken van eenige controle verzachtende omstandigheden kunnen worden in aanmerking genomen. De waarnemend Voorzitter acht het feit ondanks dit zeer ernstig en zegt voorzoover hij zulks doen kan toe, dat het Bestuur de zaak zal onderzoeken en Dunn duchtig den les zal lezen.
Ad 3e Ook de Penningmeester acht betere controle op de verteringen wenschelijk en het denkbeeld van den Heer Fraser komt hem practisch voor.
De waarnemend Voorzitter zegt toe, dat het denkbeeld door het Bestuur in overweging zal worden genomen en zoo mogelijk zal worden uitgevoerd.
Nadat niemand meer over de rekening en verantwoording het woord verlangt, wordt deze goedgekeurd en de Penningmeester gedechargeerd.
Aan de orde is punt 5. der agenda: bespreking van den finantieelen toestand.

De waarnemend Voorzitter wenscht in de eerste plaats den Heer Fraser op zijne eerste vraag te antwoorden. Inderdaad zijn van het afgeloste gedeelte der leening f.550 door de rechthebbenden niet afgehaald en bovendien nog f.209,50 vervallen rente, waarvan een luttel bedrag door verjaring af kan, zoodat feitelijk een fonds in het bezit der vereeniging moest zijn van f.750 tot f.800. Deze gelden zijn er niet, want zij zijn, hoe onregelmatig dit ook zij, gebruikt om de loopende uitgaven te dekken. Bij de beoordeling van den finantieelen toestand moet dus rekening worden gehouden met het feit dat het mogelijk is dat van de Club f.800 wordt opgeeischt, welk geld niet zou kunnen worden betaald. De spreker acht het hoogst onwaarschijnlijk dat zulks zoude geschieden, doch meent dat toch maatregelen moeten worden genomen om wederom tot een gezonden toestand te komen, door bv. ieder jaar naast eene som voor aflossing eenig geld te besteden voor een fonds tot dat den f.800 zouden zijn aangevuld.

In den tussschentijd verklaart spreker mede namens den heer des Tombes zich persoonlijk bereid om, mochten de obligatiehouders hun geld komen opeischen, dit te betalen en aan de Club voor te schieten.
De Heer van Rappard merkt op dat de vorige spreker het heeft doen voorkomen dat het niet afhalen van het geld door de obligatiehouders een nadeel voor de Club was geweest. Het was in tegendeel een voordeel want de Club had van het geld rente kunnen trekken.

De waarnemend Voorzitter antwoordt dat hij alleen het thans opbrengen van het geld een nadeel achtte, doch is het met den Heer van Rappard eens, dat ware het geld aanwezig dit voor de Club een voordeel zou opleveren.
De waarnemend Voorzitter geeft thans het woord aan den Penningmeester tot voorlezing van de begrooting over 1909. Den Heer des Tombes doet zulks, licht de verschillende posten nader toe en eindigt met te zeggen dat volgens zijn berekening met een voordeelig saldo van +f.200 zal kunnen worden gesloten. Door den Heer Fraser wordt twijfel geopperd of de post locker-huur wel zal kunnen worden geind, terwijl de Heer van Swinderen het Bestuur vraagt of het wel juist weet wie de leden der Club zijn, aangezien hem een geval bekend is, dat een lid nooit om contributie werd gevraagd. De Heer des Tombes antwoordt dat de ledenlijst voor hem ligt en de waarnemend Voorzitter legt uit dat het door den Heer van Swinden bedoelde geval berust op een misverstand tusschen hem en den Penningmeester.

Thans verkrijgt het woord de Heer van Limburg Stirum, die vooropstelt dat hem gebleken is dat de Club thans eene onmiddelijk opeischbare schuld heeft en daartegenover geen eigendom behalve een of twee platen. In dien toestand moet verandering worden gebracht en wel zoo snel mogelijk. Zulks zal moeten geschieden door het maken van een fonds, dat zal kunnen worden verkregen door vermindering der uitgaven en vermeerdering der inkomsten.

Om de uitgaven te verminderen komt in de eerste plaats in aanmerking de hooge post Ife. Naar sprekers meening zou hierop kunnen worden bespaard door òf, indien zulks mogelijk blijkt, Ifes’ verbijf hier met 2x 6 weken te bekorten òf diens loon te verminderen.

Voor verhooging der inkomsten komt in de eerste plaats in aanmerking verhooging der volgens spreker zeer lage contributie bv. van de volle leden met f.2.50, vervolgens verhooging der introductie gelden tot bv. f.2 per dag, f.5 per

 

week en f.10 per maand, terwijl mede eenige inkomsten zouden kunnen worden getrokken uit de telefoon en Ife zou kunnen worden verplicht f.0,25 van iedere les opbrengst aan de club af te dragen.
Spreker becijfert dat door deze maatregelen jaarlijks f.500 ineen in kas zou zijn, waardoor de finantieele toestand spoedig beter zou worden.

De waarnemend Voorzitter heeft met genoegen vernomen dat de Heer van Stirum een zij het ook verkort verblijf van Ife alhier noodig blijft vinden. Hij kan zich met die verkorting wèl vereenigen, doch betwijfelt de mogelijkheid ervan. Indien Ife ervoor te vinden is, kan ook voor verlaging van zijn ruime verdiensten wat gezegd worden. Ook de verhooging der contributie acht spreker zonder bezwaar, maar hierover zal de Algemeene Vergadering hebben te beslissen. Voor vermeerdering der introductiegelden bestaat zeker alle aanleiding. Voor de telefoon worden vrijwillige giften gaarne door Mijntje in ontvangst genomen, die de instructie heeft de leden daarop te wijzen. Afstand door Ife van een kwartje van iedere les is althans nu onmogelijk, daar het in strijd is met zijn contract.

De Heer van Rappard zou het betreuren indien Ife weg moest, doch meent dat de eenige weg om uit den ongunstigen finantieelen [toestand] te komen is diens verblijf hier tot 6 weken te beperken. Hij acht de contributie verhooging onrechtvaardig voor de niet golfspelers, daar alleen Ife, waarvan alleen de betrekkelijk weinige golfspelers profijt trekken, reden is om haar voor te stellen. Spreker haalt eenige gevallen aan, waaruit blijkt dat de niet-golfspelers ook van mogelijke diensten van Ife verstoken blijven. Sprekers conclusie is dan ook dat het niet voldoende is, dat het Bestuur zegt te trachten op den post Ife te bezuinigen, doch wenscht het Bestuur te binden om het contract met Ife niet te verlengen dan voordat daarop aanmerkelijk zal zijn bezuinigd. Hij vindt trouwens, dat het Bestuur dit ook dit jaar niet had moeten doen, daar het bekend was met het feit dat er leden waren die tegen zulk eene verlenging waren.

De waarnemend Voorzitter antwoordt allereerst op het laatste door den Heer van Rappard aangevoerde punt. Hij betoogt dat de meederheid van het Bestuur overtuigd was van de wenschelijkheid van de verlenging van het contract met Ife en deze ook met het oog op de finantiën niet onmogelijk achtte. Het had dus, waar het niet gebonden was door een tegenovergesteld besluit van de Ledenvergadering, zijnsinziens recht om naar eigen goedvinden dat contract te verlengen.

Wat de hoofdzaak van ’s Heeren van Rappards betoog betreft zoo zou spreker het een groot nadeel voor de Club vinden indien Ife voor een zoo korten tijd als 6 weken overkwam, vooral met het oog op het terrein. Hij meent verder dat de Club gerechtigd is voor golf als eerste doel der Vereeniging meer geld uit te geven en vindt bovendien dat Ife eene luxe is die de Club zich desnoods met eenige contributieverhooging best kan veroorloven

Na repliek van den Heer van Rappard en dupliek van den waarnemend Voorzitter verklaart de Heer van Stirum zich bereid het door hem gesprokene in voorstellen om te zetten, tenzij het Bestuur die mocht overnemen.
De waarnemend Voorzitter wijst er op dat de voorstellen wijziging in het Huishoudelijk Reglement zouden brengen en dus niet door leden staande de vergadering kunnen worden ingediend, terwijl het Bestuur ze liever niet overneemt, daar ze zoo belangrijk zijn dat ze op de agenda der vergadering

hadden moeten voorkomen. Evenwel zou eene nadere vergadering ze kunnen behandelen.
Na eenig debat wordt het Bestuur opgedragen eene vergadering te beleggen in Juni, waarin de voorstellen tot verhooging der contributie enz. zullen worden aanhangig gemaakt. Tevens zal die vergadering beslissen over de al of niet verlenging van het contract met Ife, terwijl het Bestuur mede verplicht wordt in den tusschentijd Ife er op te wijzen dat hij òf korter òf tegen een lager loon slechts zal kunnen blijven, dat in allen gevallen op hem f.144 zal moeten worden bezuinigd.
De Heer van Stirum vraagt den Voorzitter nog eenige inlichtingen over den verkoop van ballen en over eene quaestie met de telefoon, die wordt verstrekt. Thans is aan de orde de verkiezing van drie Bestuursleden nl. een President, een Penningmeester en een Commissaris. Hiertoe worden bij acclamatie benoemd respectievelijk de Heeren Mr. J.P. graaf van Limburg Stirum, Jhr. Mr. G.A.W.Ir. van Swinderen en Jhr. W. van Sminia, die allen hunne benoemingen aannemen. De waarnemend Voorzitter spreekt nog eenige woorden van dank tot den aftredenden Penningmeester den Heer des Tombes, die zich niet herkiesbaar had gesteld, voor het vele dat door hem in zijn qualiteit gedurende lange jaren dat hij haar bekleedde voor de Haagsche Golfclub is gedaan.

Met welke woorden door de vergadering met applaus wordt ingestemd.
Niets meer aan de orde zijnde sluit de waarnemend Voorzitter de vergadering. Ondertekend: A.M. Snouck Hurgronje, loco-President/h.t. Secretaris H.G.C.

Vergadering van het Bestuur der Haagsche Golfclub op Dinsdag 16 Maart 1909 des namiddags te 4 1⁄2 uur ten huize van den Secretaris.

Tegenwoordig de Heeren van Limburg Stirum, van Sminia, van Swinderen en Snouck Hurgronje.

De President acht het neerleggen van een klachtenboek in het Clubgebouw wenschelijk. Dit zou door een Bestuurslid iedere week kunnen worden geviseerd. Den Secretaris wordt opgedragen een dergelijk boek aan te schaffen. Overeenkomstig het besluit der Ledenvergadering wordt besloten, dat geene bestelling door de club zal mogen worden gedaan dan op schriftelijke machtiging van den Penningmeester. De Heer van Sminia verklaart zich bereid de quaestie der door Duun voor de caddies te veel afgehaalde gelden te onderzoeken en Dunn er over te onderhouden.
Hij zal ook verder controle op Dunn uitoefenen met name op de tijden, waarop Dunn zijn werk aanvangt.
Den Secretaris wordt opgedragen aan Ife mede te deelen, dat zijn contract slechts zal kunnen worden verlengd indien op de daaruit voorvloeiende kosten 13 pond (f.144) wordt bespaard.
De Heeren van Swinderen en van Sminia zullen trachten in plaats van de omgewaaide tennis netten er te krijgen vervaardigd van vlechtwerk en oude

gaspijpen. Eerst genoemde heer zal daartoe eerst inlichtingen inwinnen bij iemand, die zaakkundig is.
Den Penningmeester en Secretaris wordt opgedragen zich in verbinding te stellen met den aanlegger der tenniscourts, den Heer van Stolk, en met dezen overleggen in hoeverre in hun toestand verbetering is te brengen.

Den Penningmeester wordt toegestaan om evenals zulks vroeger is geschied de uitbetaling aan Dunn te doen plaats hebben door tusschenkomst van Heldring & Pierson.
Den Secretaris zal in overleg treden met Ife over een geschikt plaatsvervanger voor Willem Hoogenstein.

Den Penningmeester zal bonnen ter betere controleering van Mijntje doen drukken.
Hij zal verder ook met den Secretaris de ledenlijst nagaan, ten einde te kunnen nagaan op welke wijze de in Algemeene Vergadering van Juni in te dienen voorstellen tot contributieverhooging het beste kunnen worden gedaan.
De Heer van Sminia verklaart zich verder op verzoek van den President bereid, pogingen in het werk te stellen om het clay-pigeon schieten te bevorderen. Niets meer aan de orde zijnde sluit de President de vergadering.

Ondertekend: A.M. Snouck Hurgronje loco-President/A.M. Snouck Hurgronje h.t. Secretaris

Vergadering van het Bestuur der Haagsche Golfclub op Vrijdag 28 Mei 1909 des namiddags te kwart voor vijf in het Clubhuis.

Tegenwoordig de Freule van Brienen en de Heeren Van Limburg Stirum, Van Sminia, Van Swinderen en Snouck Hurgronje.

De notulen der vorige vergadering worden onveranderd goedgekeurd.
De Penningmeester deelt mede dat hij contributieverhooging, waarover in de vorige Algemeene Vergadering sprake is geweest, niet noodzakelijk acht en bovendien gevaarlijk. Het criterium tusschen spelende en niet-spelende leden, waarvan de eerste slechts voor contributieverhooging in aanmerking zouden komen, is bovendien uiterst moeilijk te trekken.
Aangezien het meerendeel van het Bestuur evenwel van oordeel is, dat versterking der middelen noodig is, wordt op voorstel van Freule Van Brienen, die als hare meening uitspreekt, dat voor alles gewaakt moet worden tegen bezuinigingen die achteruitgang van het terrein tengevolge zou hebben. Besloten wordt het Huishoudelijk Reglement te wijzigen in dier zin dat:
1e De entrée wordt verhoogd tot f.10 voor gezinshoofden en f.6 voor huisgenooten.
2e De contributie voor hen, die na de wijziging van het Huishoudelijk Reglement lid der vereeniging hen die beide spelen beoefenen. Voor huisgenoten worden de getallen gebracht op f.10 en f.15.
Verder zullen de gelden voor introductie van tennis- of golfspelers te betalen worden verhoogd tot f.1 voor één dag, f.5 voor eene week en f.10 voor eene maand.

Naar aanleiding van eene vraag van de heer Van Sminia deelt de Penningmeester mede, dat de quaestie over de door Dunn te veel geïnde gelden, zijnsinziens moeilijk op te lossen is, doch dat de schuld niet bij Dunn schijnt te liggen. Besloten wordt de zaak verder te laten rusten.

Voor golf- en tennis wedstrijden met Pinksteren te houden wordt voor prijzen een crediet van f.15 verleend.
De heer Van Sminia deelt mede dat op 17 Juni as. een wedstrijd in het claypigeon schieten zal worden gehouden, waarvoor de heer Jochems een prijs beschikbaar heeft gesteld.

Wat de door den team van Mr. Harford Hartland aangeboden beker betreft, zoo wordt besloten dezer te doen verspelen op 31 Augustus. De mededinging zal openstaan voor leden van
Nederlandsche clubs. De beker zal het eigendom worden van hem die hem twee maal na elkander of drie maal in het geheel zal hebben gewonnen. De wedstrijd zal zijn met handicap over 36 holes. De heer Van Limburg Stirum deelt mede, dat door hem een beker wordt uitgeloofd voor leden der Haagsche Golfclub ter herinnering aan de geboorte van Prinses Juliana. Onder dankbetuiging wordt dit geschenk aanvaard en als datum waarop de strijd erom zal plaats hebben wordt voorloopig vastgesteld 30 April terwijl mede wordt besloten dat de beker het eigendom zal worden van hem die hem 2x na elkaar of 3x in het geheel zal zijn gewonnen.

De voorwaarden zijn 18 holes, handicap, medal play.
In verband met het vaststellen van den datum voor den wedstrijd om den Hartland Cup zal het kampioenschap der Club in het vervolg worden gespeeld op den Zondag vóór Koningins verjaardag.
Verder wordt besloten op 31 Augustus een lijst ter teekening te leggen, waarop de leden voor eene gratificatie aan Mijntje zullen kunnen bijdragen.
Aan de Algemeene Vergadering zal het Bestuur machtiging vragen om het Huishoudelijk Reglement in overeenstemming te brengen met de Statuten, hetgeen tot dusver niet het geval is.
Als datum voor de te houden Algemeene Vergadering wordt vastgesteld Vrijdag 18 Juni a.s.

Ondertekend: De President Van Limburg Stirum De Secretaris A.M. Snouck Hurgronje.

Algemeene Vergadering van de leden der Haagsche Golfclub op Vrijdag 18 Juni 1909 des namiddags te 5 uur in het Clubgebouw.

Tegenwoordig van het Bestuur Freule van Brienen en de heeren Van Sminia, Van Swinderen en Snouck Hurgronje en van de leden de heeren E. Cremers, Van Rappard, F. Michiels van Verduynen en E. Michiels van Verduynen.

De notulen der vorige vergadering worden voorgelezen en goedgekeurd.
Aan de orde is de verlenging van het contract met Ife. De waarnemend Voorzitter de heer Snouck Hurgronje deelt mede dat het Bestuur overeenkomstig de opdracht der vorige Algemeene Vergadering Ife heeft medegedeeld, dat op hem

f.144 moet worden bezuinigd. Ife heeft erin toegestemd zijn weekloon te laten verminderen zóó dat genoemd bedrag daarop wordt gespaard. Inzake het tweede punt der agenda deelt de waarnemend Voorzitter mede, dat het Bestuur versterking der middelen noodig blijft achten en mitsdien aan de vergadering voorstelt het Huishoudelijk Reglement in dier zin te wijzigen dat na 1 Juli:

1e Aan entrée zal worden betaald f.10 voor hoofden van gezinnen en f.6 voor huisgenooten.
2e Aan contributie zal worden betaald door hoofden van gezinnen die beide spelen beoefenen f.30 en voor huisgenooten f.15; voor hoofden van gezinnen die één spel beoefenen f.20 en voor huisgenooten f.10.

3e Voor introductie zal worden geheven f.1 per dag, f.5 per week en f.10 per maand.
Naar aanleiding van deze voorstellen vraagt de heer Van Rappard, mede met het oog op de vraag of eene bezuiniging op Ife van f.144 wel voldoende is te achten, of de club aan het einde van het jaar voor een nà- of voordeelig saldo zal komen te staan.

De waarnemend Voorzitter meent, dat daarover thans moeilijk kan worden gesproken, vooral aangezien toeneming van het aantal zoowel als van het bezoek der leden het maken van berekeningen lastig maakt.
De heer Van Swinderen deelt nader mede, dat van een voordeelig saldo waarschijnlijk geen sprake zal zijn. Volgens zijne berekeningen zou een nadeelig saldo van +f.1200 waarschijnlijk zijn geweest indien er door de toeneming van het aantal leden en de meerdere opbrengst der thee enz. niet kans bestond dat het nadeelig saldo belangrijk zou worden beperkt. Spreker geeft nog eenige inlichtingen over de inning der contributie, die ook veel meer opbracht dan vorige jaren.
De heer Cremers heeft uit de mededeelingen van den heer Van Swinderen opgemaakt dat er, de afgeloste schuld medegerekend, een tekort zou zijn van f.2000 gulden hetgeen zijnsinziens voor een groot deel te wijten is aan het minder nauwkeurig beheer van den vorigen Penningmeester, die èn in de zaak der afgeloste schuld èn door onvolledige inning der contributie de Club in haren ongunstigen finantieelen toestand had gebracht. Hij vraagt zich af of er geen termen zouden zijn om den Penningmeester voor het nadeel dat de club geleden heeft aansprakelijk te stellen.
De waarnemend Voorzitter meent dat hiervan geen sprake kan zijn aangezien de Penningmeester door de Algemeene Vergadering is gedechargeerd.
De heer Cremers geeft toe dat het nu moeilijk zou gaan, doch acht de leden der Club schuldig, die op het beheer van den Penningmeester niet scherp genoeg hebben toegezien.
De heer Van Swinderen deelt nog mede, dat hij ook last heeft met het innen van achterstallige contributie.
De heer Van Sminia vraagt of het niet wenschelijk zou zijn hen, die achterstallig zijn en niet betalen, te royeren.
De waarnemend Voorzitter deelt mede dat het Reglement hieromtrent bepalingen inhoudt, doch dat de thans voorkomende gevallen voor het grootste deel zijn die van lieden die beweren voor het lidmaatschap te hebben bedankt en dit waarschijnlijk ook wel hebben gedaan.
De heer Van Rappard vraagt of de Club zich nog niet een bron van inkomsten zou kunnen verschaffen door voor het introduceeren van niet spelende leden eenig geld te vragen.

De waarnemend Voorzitter deelt mede dat zulks vroeger geschiedde. De bepaling werd evenwel afgeschaft, omdat de opbrengst zeer gering was en het bovendien onmogelijk was gebleken door voldoende toezicht aan de toepassing der bepaling de hand te houden.
De voorstellen van het Bestuur worden hierop zonder hoofdleijke stemming aangenomen.
De waarnemend Voorzitter deelt mede dat door Mr. Hartford Hartland’s team een cup is aangeboden. Het Bestuur stelt voor dien te doen verspelen op 31 Augustus door leden van Nederlandsche Golfclubs. Als voorwaarden zouden kunnen worden gesteld, dat om eigenaar te worden moet men de cup 2x na elkaar of 3 maal in ’t geheel winnen in een handicap wedstrijd over 36 holes medal play.
De heer Van Swinderen vraagt of niet aan den winner voor één jaar een souvenir in eigendom zou kunnen worden gegeven.
Zoowel het Bestuursvoorstel als dat van den heer Van Swinderen wordt aangenomen. Aan het Bestuur wrodt de keuze van het souvenir overgelaten.
De waarnemend Voorzitter deelt mede dat door den Voorzitter ter herninnering aan de geboorte van Prinses Juliana aan de club een beker is ten geschenke gegeven. De wedstrijd er om zal openstaan voor de leden der Haagsche Golfclub, zal zijn met handicap over 18 holes medal play. Eigenaar wordt hij, die de cup 2x achter elkaar of 3x in het geheel zal hebben gewonnen. Het volgend jaar zal als proef de wedstrijd plaats hebben op den geboortedag van Prinses Juliana.
De heer Van Rappard vraagt om de ‘Golfing Annual’ van dit jaar aan te schaffen. Zulks zal geschieden.
De heer Cremers vraagt of het niet mogelijk zou zijn een pomp aan te schaffen om greens 1 en 2 te besproeien. Hij vreest dat deze anders over eenige jaren weer even slecht zullen zijn als vroeger.
Freule Van Brienen deelt mede dat het besproeien van genoemde greens vroeger wel is geprobeerd, de boer die het land huurde had er toen evenwel bezwaar tegen gemaakt.
Na eenig debat wordt aan het Bestuur overgelaten te overwegen wat in dezen zou kunnen worden gedaan.
De heer Van Rappard vraagt of het Bestuur geene maatregelen zou kunnen nemen tegen de steeds erger wordende hondenplaag.
De waarnemend Voorzitter zegt toe, dat het Bestuur zal overwegen wat hiertegen zou kunnen worden gedaan.
In verband met het op de vorige Algemeene Vergadering gesprokene over gelden die door Dunn te veel zouden zijn geïnd, deelt de waarnemend Voorzitter mede dat uit een door den Penningmeester ingesteld onderzoek is gebleken, dat het niet vaststond, dat Dunn in deze zaak eenige schuld had. Het Bestuur had daarom besloten deze quaestie verder te laten rusten.

Niets meer aan de orde zijnde sluit de waarnemend Voorzitter de heer Snouck Hurgronje, de vergadering.

Ondertekend: De President a.i. A.M. Snouck Hurgronje De secretaris A.M. Snouck Hurgronje

Vergadering van het Bestuur der Haagsche Golfclub op Donderdag 30 September 1909 des namiddags te 5 uur in het Clubhuis.

Tegenwoordig Freule van Brienen en de heeren Van Limburg Stirum, Van Sminia, Van Swinderen en Snouck Hurgronje.

In de eerste plaats wordt besloten alsnog gevolg te geven aan het voornemen om in het Clubhuis eene lijst neer te leggen voor eene gratificatie aan Mijntje. Den Secretaris wordt opgedragen hiervoor te zorgen en het Bestuur ieder voor f.5 in te schrijven. Bij de uitreiking der gratificatie zal aan Mijntje de verplichting worden opgelegd zorg te dragen dat des Zondags de zonneschermen worden neergelaten en weer opgehaald.

Vervolgens wordt door den President de minder gunstige verhouding tusschen Dunn en Ife ter sprake gebracht en de klachten, die over hen waren te berde gebracht. Dunn kwam voortdurend te laat en deed weinig, terwijl van Ife werd gezegd dat hij tegeover sommige leden niet de vereischte vormen in acht nam. De President is van meening dat het niet aangaat Ife boven Dunn te stellen en dat daarom verdeeling van werkzaamheden de beste uitweg lijkt. Dienovereenkomstig wordt besloten dat de greens zullen worden verdeeld in dier voege dat Dunn zal hebben te zorgen voor green 2, en drie greens op den grond van Freule van Bijlandt, het huis en de croquet-lawn terwijl Ife de overige greens voor zijne rekening zal hebben te nemen. Verder zal Ife des morgens en Dunn des namiddags kunnen beschikken over den werkuren in dienst der club, terwijl de vaste caddies om den anderen dag Ife of Dunn zullen moeten helpen. Wanneer buitengewone werken op het terrein noodig zijn, zal zulks aan het Bestuur worden medegedeeld en dit zal dan de noodige maatregelen nemen. Thans worden ter sprake gebracht verbeteringen in het terrein aan te brengen en wel in het bijzonder aan hole 7. Na eenig debat wordt besloten de zaak voorloopig in overweging te houden.

De omtrent de beide professionals genomen besluiten zullen te hunner kennis worden gebracht en daartoe wordt eerst Dunn binnengeroepen. De President begint met hem er op te wijzen dat de minder goede verstandhouding die, waar aan het Bestuur bekend is, tusschen hem en Ife bestaat noodzakelijkerwijze ten nadeele van de Club moet komen. Hij deelt hem de te zijnen opzichte genoemd besluiten mede en drukt hem op het hart ook zijnerzijds mede te werken om de getroffen regeling te doen slagen. Dunn verzoekt er op te mogen wijzen dat er zijnsinziens voor zijne minder gunstige gezindheid jegens Ife alle reden bestaat. Beiden waren vier jaar geleden overeengekomen dat zij de winst te maken met den verkoop van stokken en ballen zouden verdeelen. Dunn beweert dat het hem onmogelijk werd gemaakt Ife te controleeren aangezien hij geene inzage kon verkrijgen van de

boeken en het z.g. “stock book” niet werd bijgehouden. Bovendien had hij in geen vier jaar geld voor den ballenverkoop ontvangen.
Hierna verschijnt Ife voor het Bestuur tot wien de President dezelfde woorden richt als te voren tot Dunn en aan wien hij het door Dunn medegedeelde overbrengt. Ife voert hiertegenin dat hij volkomen bereid is is Dunn inzage zijner boeken te verleenen, doch daar hij eerder komt en later weggaat dan Dunn, is de tijd ervoor moeilijk te vinden daar Dunn tegenwerkt. Bovendien begrijpt hij Dunn’s klachten niet daar Dunn hem van geinde rekeningen nog steeds een bedrag van f.60 schuldig is. Ook draagt Dunn niet de risico van oninbare schulden en wat den ballen verkoop aangaat, zoo verkoopt Dunn op eigen houtje ook ballen zonder er hem een cent van af te dragen.

Wat de werkverdeeling aangaat, zoo wenscht hij erop te wijzen, dat hij volgens zijn contract met de club niet tot werken verplicht is.
De President antwoordt hem, wat het laatste betreft, dat hem geen werk wordt opgedragen, doch dat hij slechts toe heeft te zien, dat onder zijne leiding het werk door den werkman en de caddies wordt verricht. De President verzoekt Ife verder hem namen mede te deelen van hen, die hunne schulden niet hebben betaald, waartoe Ife verklaart bereid te zijn indien hem eerst nog de gelegenheid wordt gegeven de betrokken personen aan te schrijven.

Ondertekend: De Secretaris A.M. Snouck Hurgronje.

Vergadering van het Bestuur der Haagsche Golfclub op Woensdag 1 December 1909 des namiddags te 4 1⁄2 uur ten huize van den Secretaris.

Tegenwoordig Freule van Brienen en de heeren Van Limburg Stirum, Van Sminia, Van Swinderen en Snouck Hurgronje.

De notulen worden voorgelezen een goedgekeurd.
Aan de orde is een voorstel van Ife tot het aanbrengen van eenige wijzigingen in het terrein, met name het aanbrengen van een pot-bunker bij hole 1. De wijziging wordt goedgekeurd, doch met de uitvoering zal worden gewacht tot na den terugkeer van Ife. De regeling, dat Dunn ’s morgens den sleutel van het Clubhuis komt halen op Clingendaal, zal ook na het vertrek van Freule van Brienen worden bestendigd.
De tennis-courts zullen dit jaar zoo vroeg mogelijk in orde worden gebracht. Vóór de Algemeene Vergadering zal eene Bestuursvergadering worden gehouden, waarin de rekening en verantwoording van den Penningmeester zal worden besproken. Op deze wijze zal het geheele Bestuur op de hoogte der financiën zijn. Aan den heer Van Rappard zal worden verzocht deel uit te maken van de Commissie tot nagaan van het beheer van den Penningmeester en zijne benoeming tot lid dien Commissie zal een de Algmeene Vegadering worden voogesteld.
Naar aanleiding van eene vraag van den President of er geene bergplaats zou kunnen worden gemaakt voor maaimachines, rollen enz. wordt de quaestie besproken of in het gebrek aan bergplaats niet zou kunnen worden voorzien door

uitbreiding van het huis voor de kleedkamers. De eigenaresse Freule Van Brienen verklaart zich bereid inlichtingen in te winnen nopens de kosten van de verbouwing van het huis, die dan hierin zou bestaan, dat de heeren- en dames kleedkamer zouden worden vereenigd en eene nieuwe dames-kleedkamer zou worden aangebouwd. De freule Van Brienen zal over haar onderzoek berichten waarna een definitief besluit zal worden genomen.

Ondertekend: De President Van Limburg Stirum en A.M. Snouck Hurgronje.

Geschatte datering

1909

Collection

Citation

“1909: Notulen Haagsche GC,” NGA Early Golf, accessed June 18, 2018, http://nga-earlygolf.nl/golfarchief/index.php/items/show/2082.

Item Relations

This item has no relations.

This item has no files and is not displayable.